Nieuwsbrief 20, jaargang 11

Nieuwsbrief Juni 2014

Stichting Ariana studiefonds is op zoek naar ervaren bestuursleden

Stichting Ariana studiefonds voor Afghaanse vrouwen werft sinds 2004 fondsen ten behoeve van meisjesstudenten in Kabul, Afghanistan. De stichting geeft aan 60 meisjes, 28 middelbare scholieren en 32 meisjesstudenten tussen 15 en 25 jaar in Kabul een studietoelage van 40 resp. 50 euro per maand.

Met de financiele steun van Ariana studiefonds worden intelligente en gemotiveerde maar arme Afghaanse meisjes in Kabul in de gelegenheid gesteld hun studie te beginnen of af te ronden.

 

De doelstellingen van de stichting zijn het bevorderen van:

  • Educatie van gemotiveerde vrouwelijke studenten in Afghanistan die anders geen kans hebben om een studie te beginnen of af te ronden.
  • Emancipatie van vrouwen in Afghanistan zodat zij als een goed opgeleid vrouwelijk middenkader deel kunnen nemen aan de opbouw van Afghanistan.
  • Solidariteit tussen Nederlanders, Afghaanse-Nederlanders en Afghanen.

 

Naar wie zijn wij op zoek?

Wij zijn op zoek naar (ervaren) bestuursleden die zich met name met de kernactiviteit van de Stichting bezig gaan houden: fondsenwerving. Naast fondsenwerving verwachten wij interesse om in teamverband activiteiten te organiseren en ambassadeur te zijn van de stichting.

 

Heb je interesse?

Stuur ons dan je CV en een korte motivatie toe door naar:  mw. S. F. Wahedi, stichtingariana@gmail.com

Afghaanse jeugd, de cruciale factor

Afghanistan

De jeugd heeft een beslissende stem bij de verkiezingen. Ze hebben zich als vernieuwende kracht ontpopt, maar zal de oude politiek hen ook toelaten?

Deze zaterdag worden in Afghanistan voor de derde keer sinds het verdrijven van de Talibaan in 2002 presidentsverkiezingen gehouden. Jongeren hebben een beslissende stem: bijna 70 procent van de 31 miljoen Afghanen is jonger dan 25 jaar.

De nieuwe president wacht een zware taak: hij moet Afghanistan niet alleen uit handen houden van de Talibaan, hij moet het land ook laten afkicken van zijn verslaving aan hulpgeld, sinds 2002 al meer dan 60 miljard dollar. Waarvan een aanzienlijk deel overigens weer wegvloeide door het inhuren van westerse bedrijven en adviseurs. Na 2014 wordt de financiële hulp afgebouwd. De troepen van de door de NAVO geleide veiligheidsmacht zullen eind dit jaar worden teruggetrokken. Het is onduidelijk of er militairen zullen achterblijven die terreur moeten bestrijden en de Afghaanse veiligheidstroepen moeten trainen. President Karzai heeft halsstarrig geweigerd een akkoord met de VS daarover te ondertekenen.

Afghaanse jongeren zijn allang niet meer de arme sloebers uit de tijd van de Talibaan, hangend aan de slippen van moeders boerka. Op veilige plekken in de steden lopen jongens, en steeds vaker ook meisjes, rond in jeans. Moderne meisjes dragen een hoofddoek, en zijn verder niet gesluierd. Twaalf jaar na het einde van het fundamentalistische Talibaan-bestuur hebben stedelijke jongeren zich ontpopt als een belangrijke moderniserende kracht, schrijft socioloog Srinjoy Bose in The Diplomat, een vakblad voor internationale betrekkingen in Azië. Maar hun potentie wordt zowel door de Afghaanse overheid als door de internationale gemeenschap onderschat, vindt hij. Die doen veel te weinig om hen te betrekken bij de toekomst van Afghanistan, terwijl ze daar bij uitstek geschikt voor zijn omdat ze meer zijn dan een „stedelijke elite”, en hun wortels hebben in de wijdere Afghaanse samenleving. „Ze zijn in een goede positie om die te verstevigen en zo te helpen bouwen aan een politieke en sociale consensus uit naam van het centrum”, aldus Bose. Maar helaas wordt het politieke proces gedomineerd door de oude netwerken van leiders en hun achterban, vaak een mix van stamgenoten en andere ‘cliënten’ die van hen afhankelijk zijn.

Voor het eerst richten de presidentskandidaten zich nu specifiek op jongeren met een goede opleiding. Ze proberen hun stemmen te trekken door een toekomst van werkgelegenheid en stabiliteit in het vooruitzicht te stellen. Vooral in Kabul vormen jongeren een Engelssprekende elite met veel buitenlandse contacten en levendige sociale netwerken. Hun opleidingen krijgen ze steeds vaker in Afghanistan zelf, waar met name het particuliere hoger onderwijs zich gestaag ontwikkelt. Afghanistan heeft 1,2 miljoen internetgebruikers en op Facebook hebben 300 duizend voornamelijk jonge Afghanen een profiel. Jongeren reizen naar hun familie buiten de steden met een laptop onder hun arm en een usb-stick op zak waarmee ze in grote delen van het land internet kunnen ontvangen. Zo brengen zij de modernisering naar het platteland.

Solar-hijri

Maar die banen die de presidentskandidaten beloven zijn er niet, weet Gran Hewat. „Van de oudere generatie moeten we het niet hebben, zegt hij. Alleen maar loze beloften. Jaarlijks komen vier- tot vijfhonderdduizend jongeren op de arbeidsmarkt, maar er zijn steeds minder banen. Dat is een groot probleem, en dat moeten we nu eindelijk zelf oplossen.”

Hewat is een leidende figuur binnen de jongerenbeweging ‘Afghanistan 1400’, die anderhalf jaar geleden werd opgericht. Over 7 jaar begint volgens de Afghaans-Iraanse solar-hijri kalender de vijftiende eeuw. Met de naam ‘Afghanistan 1400’ geeft de organisatie aan zich te willen richten op die nieuwe eeuw die ‘de eeuw van Afghanistan’ moet worden. „Een welvarend, democratisch Afghanistan, een rechtsstaat met een verantwoordelijk leiderschap, (…) steunend op de energie en betrokkenheid van de nieuwe generatie”, aldus de oprichtingsverklaring.

Hewat: „De Talibaan hebben nog nooit publiekelijk gezegd dat ze vrede willen, dus we weten niet wat ons te wachten staat. Oorlog misschien. Maar wij zullen doen wat we kunnen voor vrede.” ‘Afghanistan 1400’ wil de generatie verenigen die achttien jaar oud was toen de Talibaan in 2001 werden verslagen, en iedereen die daarna is geboren. „Dat is ruim de helft van de bevolking; wij zijn een belangrijke politieke factor”, aldus Hewat.

De leden zijn voornamelijk eind-twintigers en dertigers met goede banen. Eind december was bekend dat de beweging zo’n tachtig leden had met hoge opleidingen en met posities binnen ministeries, in het zakenleven en op de universiteiten. Kwaliteit gaat vóór kwantiteit, was toen de uitleg in de lokale media. De bedoeling was dat een kernachtige elite „met leiderschapspotentie” de beweging zou uitbouwen tot een politieke macht waar rekening mee gehouden diende te worden door wetgevers en bestuurders.

Inmiddels is ‘Afghanistan 1400’ minder open over haar ontwikkeling. Wie zich in Afghanistan politiek ontplooit, begeeft zich in een wespennest van geweld en corruptie. „Ik kan je niet vertellen hoeveel leden we nu hebben”, verzucht Hewat. „De traditionele machtsgroepen zien ons als een bedreiging omdat we dwars door alle etnische en politieke grenzen heen gaan. We moeten voorzichtig opereren.”


(Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van zaterdag 5 april 2014 op pagina 16 & 17, door Joeri Boom)

Afghanen mogen naar de stembus, maar niet zonder angst en geweld

Afghanistan kiest morgen een nieuwe president, voor de derde keer sinds de verdrijving van de Talibaan in 2001 en de vestiging van de democratie. Wie er ook wint, hem wacht een loodzware taak. Zijn land – een van de armste en corruptste ter wereld – zucht onder etnische rivaliteit, een wankele economie en een burgeroorlog tussen de Talibaan en anderen tegen de overheid en de door de NAVO geleide veiligheidsmacht die steeds feller wordt.

Ook voor het Westen staat er veel op het spel. Ontaardt de verkiezing door fraude en geweld in een chaos, dan kan dat ook worden uitgelegd als een mislukking van de NAVO, die al ruim een decennium poogt om Afghanistan op orde te krijgen.

De nieuwe president zal het zwaar krijgen. Eind dit jaar verlaten de NAVO-troepen het land. Het is onduidelijk of er militairen achterblijven voor missies tegen terrorisme en training van de Afghaanse veiligheidstroepen. President Karzai heeft koppig geweigerd het akkoord met de VS dat dit mogelijk maakt, te tekenen.

Zelfs als de nieuwe president het verdrag meteen tekent, is nog maar de vraag of er genoeg tijd is voor de militaire planners om een opvolgingsmissie op poten te zetten. Dit zou betekenen dat de Afghaanse veiligheidstroepen er – op zijn minst tijdelijk – alleen voor staan in de oorlog met de Talibaan. Verwacht wordt dat vooral de afwezigheid van een effectieve luchtmacht en Amerikaanse special forces de Talibaan voordeel zal bieden.

De Talibaan hebben de bevolking gewaarschuwd zich niet in te laten met de verkiezingen, die volgens hen een instrument zijn van de Amerikanen om controle te houden over het land. De afgelopen weken pleegden ze aanslagen op kantoren van de kiescommissie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en een hotel en een pension van een westerse organisatie in Kabul. Er vielen tientallen doden. Vanmorgen werden in het oosten weer twee journalisten neergeschoten – een dode en een zwaargewonde. De tv-debatten tussen de kandidaten zijn om veiligheidsredenen afgezegd.

Oppervlakkig gezien lijkt de economie het goed te doen. Tussen 2003 en 2013 groeide die met gemiddeld 12,5 procent per jaar. Maar dat is vooral veroorzaakt door het infuus van internationale hulp, waardoorheen al ruim 60 miljard dollar stroomde. Volgens sommige schattingen hangt de overheid voor 90 procent van haar uitgaven af van buitenlandse donoren en ook verder draait de economie, afgezien van de grote, illegale drugssector, goeddeels op buitenlandse hulp.

Niet op eigen benen

Internationale donoren hebben aangegeven de hulp te zullen afbouwen na het vertrek van de NAVO eind dit jaar. „Afghanistan kan economisch niet op eigen benen staan”, zegt Noor Ebad, hoofd van de economische faculteit aan de Universiteit van Kabul. „Het zijn vooral de dienstensector en de luxe winkels die voor die groei zorgen. Dat zal stoppen als Afghanen geen goede salarissen meer verdienen bij internationale organisaties. Wat we nodig hebben zijn fabrieken voor de export. Maar we zijn de laatste jaren alleen maar meer gaan importeren.”

Ook de krijgsheren die tijdens de anti-Sovjet- en anti-Talibaanoorlogen met hun milities macht verworven, kunnen een hindernis vormen voor de nieuwe president. Een van de presidentskandidaten, Gul Agha Sherzai, is een notoir krijgsheer. De vicepresidentskandidaat van Ashraf Ghani, Abdul Rashid Dostum, eveneens. Voordat hij Dostum als running mate koos, noemde Ghani hem ooit „een massamoordenaar”. Presidentskandidaat Abdul Rassul Sayyaf leidde eerder een militie waarin Arabieren meevochten. Van hem wordt gezegd dat hij Al-Qaeda-leider Osama bin Laden in de jaren 80 uitnodigde naar Afghanistan om mee te vechten tegen de Russen.

„Het is van het grootste belang dat we zorgen dat de verkiezingen een succes worden, met zo min mogelijk fraude”, zegt Ahmed Nader Nadery, voorzitter van het Free and Fair Election Forum of Afghanistan (FEFA) in Kabul, dat honderden waarnemers zal inzetten in de stemlokalen. „Alleen zo kunnen we de Talibaan laten zien dat onze democratie succesvoller is dan hun fundamentalistische systeem.”

Het is onwaarschijnlijk dat een kandidaat een absolute meerderheid haalt in de eerste ronde. Een tweede ronde kan maanden op zich laten wachten. President Karzai kan dus nog wel even blijven zitten.

De drie belangrijkste kanshebbers morgen Ashraf Ghani: bekwaam maar mist achterban

Economisch expert Ashraf Ghani, ex-minister van Financiën en voormalig employé van de Wereldbank, is de kandidaat die het dichtst staat bij westerse waarden. Volgens opiniepeilingen heeft hij ongeveer evenveel steun als zijn rivaal Abdullah Abdullah en zou hij 25 tot 30 procent van de stemmen kunnen vergaren, maar hij heeft geen eigen hechte etnische of tribale achterban. Dat heeft hij deels proberen te ondervangen door de voormalige (beruchte) Oezbeekse krijgsheer Abdul Rasheed Dostum als zijn kandidaat voor het vicepresidentsschap aan te stellen. Maar dat kan veel etnische Pashhtun, Ghani’s eigen etnische groep juist weer afschrikken.

Abdullah Abdullah: zou land kunnen verenigen

Abdullah Abdullah is een voormalige minister van Buitenlandse Zaken, die het al eens opnam tegen president Karzai, tijdens de verkiezingen van 2009. Die werden gekenmerkt door grootschalige fraude. Toen eindigde hij als tweede. Abdullah, een oogarts, speelde een grote rol in de Noordelijke Alliantie, een front van anti-Talibaanmilities dat met steun van de VS de Talibaan in 2001 verdreef. Hij is half Pashtun, half Tadzjiek; maar de meeste Pashtun zien hem als een Tadzjiek. Sommige analisten denken dat hij een verenigende rol kan spelen in Afghanistan, waar etnische conflicten snel opspelen.

Zalmai Rassoul: staat dichtbij president Karzai

Zalmai Rassoul, een andere voormalige minister van Buitenlandse Zaken, stond er aanvankelijk niet best voor. Maar nadat Qayyum Karzai, een broer van de huidige president zich uit de race had teruggetrokken, is de steun voor Rassoul toegenomen. Hij zou nu ook de favoriet zijn van president Karzai. Nu is het vooral Rassoul, opgleid als arts, die Karzai’s belangen lijkt te dienen. Analisten denken dat de president, die interim-president werd in 2002 en sindsdien met geld en politieke gunsten een breed netwerk heeft opgebouwd, zal proberen achter de schermen invloed op het landsbestuur te houden via Rassoul.


(Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van vrijdag 4 april 2014 op pagina 13. Door Joeri Boom.)

Dame gepromoveerd en schenkt haar giften aan St. Ariana

Op 15 januari jl. promoveerde Annelies Jacobs aan de Universiteit Maastricht bij de faculteit cultuurwetenschappen. Bij wijze van cadeautjes bij de felicitaties suggereerde zij aan familie, vrienden en collega’s een donatie voor een organisatie die zich inzet voor onderwijs aan meisjes en jonge vrouwen. En dat werd stichting Ariana.

Annelies Jacobs

Nieuwsbrief 19, jaargang 10

Jaargang 10, nr 3 december 2013

 

Voor u ligt alweer de laatste Nieuwsbrief van 2013 van Stichting Ariana. Het afgelopen jaar stond in het teken van het ondersteunen van 60 meisjes in Afghanistan die konden studeren. Ook de bestuurswisseling van de stichting Ariana vond plaats. Tijdens het lustrum van de stichting op 4 oktober 2013 werd afscheid genomen van het oude bestuur en kennis gemaakt met het nieuwe bestuur.

 

1 Qodsia

Qodsia heeft dankzij uw donatie kunnen studeren in Kabul. Zij heeft nu ook een baan. Nazifa, oud bestuurslid van stichting Ariana interviewde Qodsia.

Namens stichting Ariana uit Nederland wil ik weten hoe het met je gaat na je afstuderen. Je hebt inmiddels je diploma en ook nog een baan!

Qodsia: ten eerste wil ik alle Nederlandse en Afghaanse vrouwen begroeten die mij via Stichting Ariana hebben geholpen. Heel veel dank! Stichting Ariana heeft mij vier jaar lang geholpen, sinds ik in het laatste jaar van de middelbare school zat. Met jullie hulp heb ik me voorbereid op het examen voor de hogere school. Ik volgde een extra cursus.
Na het examen, dat ik aflegde met hoge cijfers, mocht ik de driejarige opleiding voor verpleegster volgen. Dankzij Ariana ben ik nu afgestudeerd. Zonder uw hulp had ik geen diploma noch werk gehad.
Ons familie-inkomen was erg laag. Alleen mijn moeder werkt, zij verdient 4000 Afghaanse geld (€80) per maand. Dat is nog niet eens genoeg om de huur te betalen, laat staan de elektriciteit en nog levensmiddelen.
Ik heb de hulp van Stichting Ariana kunnen besteden aan mijn studie. Op de middelbare school was ik de beste leerling, en op de opleiding voor verpleegster tweede. Daarom ben ik al bij het eerste sollicitatiegesprek aangenomen in het France ziekenhuis te Kabul. Sinds achttien maanden heb ik deze baan als verpleegster.

Wat voor gevoel heb je als je bij een patiënt komt staan?

Qodsia: Het is mooi werk, vind ik. In principe zijn alle beroepen belangrijk maar zorg is anders. Een mensenleven is belangrijk; ik moet erg mijn best doen en extra alert zijn. De arts geeft de opdrachten, de verpleegster moet het precies uitvoeren, zonder fouten te maken.

Goed, je zo te zien! Je heb een witte jas aan en je bent aan het werk. Ik ben trots op jou. Met de steun van Stichting Ariana is je toekomst hopelijk verzekerd.

Qodsia: Ja, zeker weten.

Werk je alleen bij dit ziekenhuis?

Qodsia: Naast deze baan doe ik administratief werk bij een bedrijf.

In welke situatie voelt je je trots?

Qodsia: Als ik mijn werk goed doe, zoals het hoort en de patiënt gezond is en met een goed gevoel naar huis gaat.

Ik wens je veel geluk en een goed leven.

Qodsia: Ik dank Stichting Ariana nogmaals en ik hoop dat u ook andere vrouwen en meisjes die niet in staat zijn hun studie voort te zetten, helpt.

Qodsia - in Nieuwsbrief 19 dec 2013

 

2 Beste wensen

Het bestuur van Stichting Ariana wenst u hele fijne feestdagen! We willen nog veel meisjes en jonge vrouwen in Afghanistan kunnen laten studeren. We hopen ook in 2014 te kunnen rekenen op uw donatie, voor hen.

 

3 Nieuwe bestuursleden
Wegens het vertrek van een collega, zoekt Stichting Ariana nieuwe bestuursleden én een webmaster. Mocht je geïnteresseerd zijn in een bestuursfunctie of in de functie van webmaster, neem dan contact met ons op via stichtingariana@gmail.com.

Jublileumboekje 10 jaar Ariana in Engelse vertaling

Stichting Ariana heeft haar jubileumuitgave laten vertalen in het Engels, u vindt de digitale versie hier.

Jubileumboekje 10 jaar ondersteuning Afghaanse scholieren en studentes

Ter ere van het tienjarig bestaan van Stichting Ariana stelde Ruth de Kanter een jubileumuitgave samen, http://www.stichtingariana.nl/cms/wp-content/uploads/2013/10/Lustrumboekje-10-jaar-Ariana.pdf

Nieuwe bestuursleden stellen zich voor

 

Voorzitter, Fereshta S. Wahedi
‘Ik ben van oorsprong Afghaans. Ik zit in het laatste jaar van mijn studie geneeskunde. Mijn inziens kan alleen educatie tegenwicht bieden aan oeroude Afghaanse tradities, waarin mannen de hoofdrol spelen en die van ‘binnenuit’ overwinnen. Educatie kan zorgen voor veranderingen van gedrag en visies die al eeuwen van generatie op generatie worden doorgegeven.’

 

Penningmeester, Daan Manojlovic 
‘Ik geloof dat kleine initiatieven niet alleen effect hebben op individuen, maar ook structurele veranderingen teweeg kunnen brengen op maatschappelijk niveau. Door mijn werk bij Stichting Ariana hoop ik bij te dragen aan de verbetering van de positie van vrouwen in Afghanistan.’

 

Anya en Daan

Bestuurswisseling

In 1995 werd tijdens de United Nations Fourth Conference on Women in Bejing toegang tot educatie benoemd als een van de belangrijkste voorwaarden voor de emancipatie van vrouwen. Volgens recente cijfers van het CEDAW – het Verenigde Naties orgaan dat zich toelegt op het elimineren van seksediscriminatie wereldwijd – kan slechts 12% van de Afghaanse vrouwen lezen, en heeft 38% van de kinderen van schoolgaande leeftijd in Afghanistan geen toegang tot onderwijs op basisniveau. Dat cijfer is nog schrijnender als wordt meegerekend dat het grotendeels meisjes betreft die worden uitgesloten.

Sinds haar oprichting in 2003 heeft Stichting Ariana zich ingezet voor de emancipatie van vrouwen in Afghanistan. Vanuit de gedachte dat educatie de sleutel is tot emancipatie en participatie biedt de Stichting al tien jaar financiële steun aan Afghaanse meisjes en vrouwen die een opleiding willen volgen. Dankzij de bijdragen van onze donateurs hebben tussen 2004 en 2013 tientallen Afghaanse meisjes en vrouwen een toelage ontvangen om een middelbare school- of universitaire opleiding te volgen.

In 2013 is een nieuw bestuur van Stichting Ariana aangetreden. De officiële bestuurswisseling vond plaats op 13 juli 2013 in Maastricht. Een structurele verbetering van de positie van vrouwen in Afghanistan vereist langdurige betrokkenheid. Het nieuwe bestuur van Stichting Ariana bouwt daarom voort op het werk dat het eerste bestuur de afgelopen tien jaar heeft verricht. Ook stelt het bestuur als doel Ariana onder brede, landelijke aandacht te brengen, fondsen te genereren en activiteiten te organiseren. ‘We hebben veel leuke ideeën en bereiden initiatieven voor om nog meer donateurs te werven voor onze doelstelling: het financieel ondersteunen van studerende Afghaanse meisjes en vrouwen,’ zegt voorzitter Anya Wiersma.
Het nieuwe bestuur van de Stichting bestaat opnieuw uit een diverse groep mensen, die zich vol overtuiging zal toeleggen op deze taken. De nieuwe bestuursleden stellen zich in een apart bericht voor.