Levensverhalen

Morsal

Ik ben Morsal, dochter van Mohamed Salim. Ik ben 16 jaar oud en zit op dit moment in de 11e klas van Zarghona middelbare school. In mijn kinderenjaren heb ik mijn  vader verloren door een racketaanval. Omdat wij niemand hadden die ons financieel kon steunen, is mijn moeder toen begonnen met werken in het ziekenhuis als administratief medewerkster. Later heeft mijn moeder hartproblemen en Diabetes gekregen waardoor haar beide benen in een latere periode geamputeerd moesten worden. Alsnog heeft mijn moeder haar werk voortgezet door dagelijks heen en weer te fietsen naar haar werk met een invalidefiets. Ik woon met mijn  familie in een huurhuis.  Het is erg lastig voor ons  om de huur van het huis te betalen. Dit maakt dat ik samen met mijn broertjes en zusjes soms de school moet verlaten om thuis te werken om onze moeder financieel te steunen.

Mahnaz

Mahnaz zit in klas 10 van Mohamed-Assif-Ismael. ‘Ik kom uit een druk gezin. We hebben het niet breed. Mijn vader, Naim,  is tijdens de oorlog overleden. Mijn moeder is hertrouwd. Mijn stiefvader werkt als af en toe als bediende en wanneer hij een dag geen werk heeft, reageert hij z’n frustratie af op ons. Hij slaat mijn moeder en ons kinderen. Hoewel hij ons mishandelt, heb ik toch soms medelijden met hem, omdat het met hem ook niet goed gaat. Hij is niet gezond.

Om wat bij te verdienen, doet mijn moeder de was bij andere mensen. Ik draag oude kleren van mijn buurmeisjes. Soms schaam ik mij ervoor en doet het zeer als ik zie dat andere kinderen wel mooie, nieuwe kleren aan hebben.

Het is mijn moeders wens dat ik later ga studeren en onafhankelijk word. Mijn stiefvader houdt me echter tegen. Hij probeert te verhinderen dat ik ga studeren. Soms slaat hij mij wanneer ik mijn huiswerk maak. Hij zegt dat ik het huishouden moet doen in plaats van met school bezig te zijn. Ik wil mij voorbereiden op de concours toetsen. We hebben echter geen geld voor de cursussen hiervoor. Ik hoop dat jullie mij kunnen helpen. Als ik de concours toets niet haal en niet kan gaan studeren, is er weinig vooruitzicht voor mij. Ik moet dan dagelijks thuis zitten en de woede van mijn stiefvader voelen.’

Samia

Samia is tweedejaars student bouwkunde aan de universiteit. ‘Ik heb een heel moeilijk leven tot nu toe, maar dit heb ik bereikt in mijn leven. Op mijn 7de overleed mijn vader. Nadat de Taliban werden verdreven uit onze streek, stuurde mijn moeder ons naar school. We hadden pen noch papier.Op school werd ik door mijn leraar ontmoedigd om door te leren, omdat ik arm was. Voor mij zijn zulke mensen juist reden harder te werken en te laten zien dat ik ergens kan komen. Ondanks de moeilijkheden op m’n pad, zit ik op de universiteit! Ik hoop dat Stichting Arianamij kan steunen, zodat ik verder kom.’

Suria

Suria zit in de 11de klas van Lese-Ghazi-Mohammad-Ayub-Khan. ‘Ik heb twee zussen en drie broers. Mijn vader was tot voor kort manager in een bedrijf. Dit bedrijf verhuisde naar een andere provincie. Nu is mijn vader werkloos, sinds een jaar. Nu verkoopt hij tweedehands schoenen op de markt. Van de opbrengst eten en leven we. Om de huur en water te kunnen betalen, werkt mijn vader meer dan hij aan kan. Een van mijn broers werkt als automonteur, om bij te springen in de kosten thuis. Mijn zus en mijn moeder zijn ziek, zij hebben diabetes. Omdat we onvoldoende geld hebben, kunnen we geen medicijnen voor hen kopen. We moeten ons huis, waar in de winter bijna niet te wonen is vanwege de kou en het vocht, binnen een maand verlaten, omdat we de kosten niet meer kunnen opbrengen. Ik weet niet wat mijn vaders volgende stap is. Wel heb ik een droom: ik wil heel graag studeren en later in een overheidsinstelling werken.’

Krishma

Krishma zit in klas 11 op Lese-Dearghan-Qargha. ‘Mijn vader werkte vroeger bij de overheid. Hij is ziek , daardoor zit hij werkloos thuis. We wonen in een huis zonder isolatie, waar tijdens de winter water naar binnen lekt. Lange tijd zorgde mijn moeder voor op brood op de plank, ze deed administratief werk bij een bedrijf. Ze had vaak last van aanvallen van migraine, wat later kanker bleek te zijn. We hebben veel geld geleend van vrienden, familie en anderen en om haar in Pakistan te kunnen laten behandelen. Ondanks de behandeling in Pakistan is mijn moeder na een jaar overleden. Haar overlijden heeft veel invloed gehad op ons leven.

Mijn broers zijn gestopt met hun studie en zijn gaan werken. Ze verdienden ongeveer 1-2 euro per dag, die opgingen aan de dagelijkse maaltijd voor het gezin. Zes maanden na mijn moeders dood, hertrouwde mijn vader met een andere vrouw. Zij had een dochter. Het was de bedoeling dat deze tweede vrouw van mijn vader voor ons ging zorgen. Helaas heeft zij alleen oog voor haar eigen dochter. De relatie met ons en met onze familie is slecht. Mijn familie heeft daarom het contact met ons verbroken. Mijn stiefmoeder probeert mijn vader ook te beletten mij te laten studeren, maar mijn vader wil dat ik doorstudeer. Ik wil heel graag studeren en later een baan hebben, zodat ik de behandeling van mijn vaders aandoening kan betalen.’