Afghaanse jeugd, de cruciale factor

Afghanistan

De jeugd heeft een beslissende stem bij de verkiezingen. Ze hebben zich als vernieuwende kracht ontpopt, maar zal de oude politiek hen ook toelaten?

Deze zaterdag worden in Afghanistan voor de derde keer sinds het verdrijven van de Talibaan in 2002 presidentsverkiezingen gehouden. Jongeren hebben een beslissende stem: bijna 70 procent van de 31 miljoen Afghanen is jonger dan 25 jaar.

De nieuwe president wacht een zware taak: hij moet Afghanistan niet alleen uit handen houden van de Talibaan, hij moet het land ook laten afkicken van zijn verslaving aan hulpgeld, sinds 2002 al meer dan 60 miljard dollar. Waarvan een aanzienlijk deel overigens weer wegvloeide door het inhuren van westerse bedrijven en adviseurs. Na 2014 wordt de financiële hulp afgebouwd. De troepen van de door de NAVO geleide veiligheidsmacht zullen eind dit jaar worden teruggetrokken. Het is onduidelijk of er militairen zullen achterblijven die terreur moeten bestrijden en de Afghaanse veiligheidstroepen moeten trainen. President Karzai heeft halsstarrig geweigerd een akkoord met de VS daarover te ondertekenen.

Afghaanse jongeren zijn allang niet meer de arme sloebers uit de tijd van de Talibaan, hangend aan de slippen van moeders boerka. Op veilige plekken in de steden lopen jongens, en steeds vaker ook meisjes, rond in jeans. Moderne meisjes dragen een hoofddoek, en zijn verder niet gesluierd. Twaalf jaar na het einde van het fundamentalistische Talibaan-bestuur hebben stedelijke jongeren zich ontpopt als een belangrijke moderniserende kracht, schrijft socioloog Srinjoy Bose in The Diplomat, een vakblad voor internationale betrekkingen in Azië. Maar hun potentie wordt zowel door de Afghaanse overheid als door de internationale gemeenschap onderschat, vindt hij. Die doen veel te weinig om hen te betrekken bij de toekomst van Afghanistan, terwijl ze daar bij uitstek geschikt voor zijn omdat ze meer zijn dan een „stedelijke elite”, en hun wortels hebben in de wijdere Afghaanse samenleving. „Ze zijn in een goede positie om die te verstevigen en zo te helpen bouwen aan een politieke en sociale consensus uit naam van het centrum”, aldus Bose. Maar helaas wordt het politieke proces gedomineerd door de oude netwerken van leiders en hun achterban, vaak een mix van stamgenoten en andere ‘cliënten’ die van hen afhankelijk zijn.

Voor het eerst richten de presidentskandidaten zich nu specifiek op jongeren met een goede opleiding. Ze proberen hun stemmen te trekken door een toekomst van werkgelegenheid en stabiliteit in het vooruitzicht te stellen. Vooral in Kabul vormen jongeren een Engelssprekende elite met veel buitenlandse contacten en levendige sociale netwerken. Hun opleidingen krijgen ze steeds vaker in Afghanistan zelf, waar met name het particuliere hoger onderwijs zich gestaag ontwikkelt. Afghanistan heeft 1,2 miljoen internetgebruikers en op Facebook hebben 300 duizend voornamelijk jonge Afghanen een profiel. Jongeren reizen naar hun familie buiten de steden met een laptop onder hun arm en een usb-stick op zak waarmee ze in grote delen van het land internet kunnen ontvangen. Zo brengen zij de modernisering naar het platteland.

Solar-hijri

Maar die banen die de presidentskandidaten beloven zijn er niet, weet Gran Hewat. „Van de oudere generatie moeten we het niet hebben, zegt hij. Alleen maar loze beloften. Jaarlijks komen vier- tot vijfhonderdduizend jongeren op de arbeidsmarkt, maar er zijn steeds minder banen. Dat is een groot probleem, en dat moeten we nu eindelijk zelf oplossen.”

Hewat is een leidende figuur binnen de jongerenbeweging ‘Afghanistan 1400’, die anderhalf jaar geleden werd opgericht. Over 7 jaar begint volgens de Afghaans-Iraanse solar-hijri kalender de vijftiende eeuw. Met de naam ‘Afghanistan 1400’ geeft de organisatie aan zich te willen richten op die nieuwe eeuw die ‘de eeuw van Afghanistan’ moet worden. „Een welvarend, democratisch Afghanistan, een rechtsstaat met een verantwoordelijk leiderschap, (…) steunend op de energie en betrokkenheid van de nieuwe generatie”, aldus de oprichtingsverklaring.

Hewat: „De Talibaan hebben nog nooit publiekelijk gezegd dat ze vrede willen, dus we weten niet wat ons te wachten staat. Oorlog misschien. Maar wij zullen doen wat we kunnen voor vrede.” ‘Afghanistan 1400’ wil de generatie verenigen die achttien jaar oud was toen de Talibaan in 2001 werden verslagen, en iedereen die daarna is geboren. „Dat is ruim de helft van de bevolking; wij zijn een belangrijke politieke factor”, aldus Hewat.

De leden zijn voornamelijk eind-twintigers en dertigers met goede banen. Eind december was bekend dat de beweging zo’n tachtig leden had met hoge opleidingen en met posities binnen ministeries, in het zakenleven en op de universiteiten. Kwaliteit gaat vóór kwantiteit, was toen de uitleg in de lokale media. De bedoeling was dat een kernachtige elite „met leiderschapspotentie” de beweging zou uitbouwen tot een politieke macht waar rekening mee gehouden diende te worden door wetgevers en bestuurders.

Inmiddels is ‘Afghanistan 1400’ minder open over haar ontwikkeling. Wie zich in Afghanistan politiek ontplooit, begeeft zich in een wespennest van geweld en corruptie. „Ik kan je niet vertellen hoeveel leden we nu hebben”, verzucht Hewat. „De traditionele machtsgroepen zien ons als een bedreiging omdat we dwars door alle etnische en politieke grenzen heen gaan. We moeten voorzichtig opereren.”


(Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van zaterdag 5 april 2014 op pagina 16 & 17, door Joeri Boom)