Levensverhalen

Suria

De familie N. is in november 2005 Nederland uitgezet. Suria is 17 jaar en een van de inmiddels zes kinderen. Ze kan goed leren en is met steun van een Nederlandse veldwerker in Afghanistan ook daar jarenlang naar school geweest. Nu die veldwerker is overgeplaatst naar een Afrikaans land, lijkt er een voortijdig einde te komen aan de middelbare schoolloopbaan van Suria. Thuis moet ze haar moeder Farima helpen, die, vanwege veel te hoge bloeddruk, een paar weken in het ziekenhuis heeft gelegen. In Nederland was het gezin met vier kinderen. Farima haalde eens per drie maanden de prikpil bij de huisarts. Vader Shafi en zij hadden geen kinderwens meer. In Afghanistan kwam een einde aan de anticonceptie. Als iemand van de familie er achter zou komen, zou de omgeving boos worden en de familie niet meer helpen. Voorbehoedsmiddelen mogen niet van Allah en zijn profeet. Daarom zijn er in Afghanistan binnen tweeënhalf jaar nog twee kinderen geboren. Het gezin woont in twee kamertjes, naast de Britse ambassade. In 2012 moest het gezin een nacht vluchten vanwege hevige gevechten in en rond de ambassade. Oma woonde ook bij de familie in maar is verleden jaar wegens gebrek aan medicijnen overleden. De zus van vader Shafi is ontvoerd en zijn vader is omgekomen door een bom op zijn bazaar. In Afghanistan klopt men niet aan bij de familie van de vrouw als er problemen zijn, alleen bij de familie van de man, maar die is er niet meer.
Suria doet een beroep op een studietoelage van het Educatiecentrum voor Afghaanse vrouwen om de middelbare school af te maken.