Levensverhalen

Mursal

‘Mijn naam is Mursal en ben de oudste dochter van dit gezin. Ik heb drie zusjes en vier jonge broertjes en wonen samen met mijn moeder, blinde grootmoeder en grootvader in een huisje. Toen mijn vader nog leefde, woonden wij in een mooi appartement.

Mijn vader was een intelligente man, hij was dokter en met de steun van mijn vader was ik vanaf de eerste klas op school een van de beste leerlingen van het Abdul Bari Lyceum. Ik houd van leren en studeren. Mijn leven veranderde toen mijn vader door de Taliban werd doodgeschoten. Al mijn hoop en wensen werden met een zwart gordijn bedekt.
Mijn oudste broertje zat toen in de 9de klas. Hij moest stoppen met school en ging geld verdienen. Daarna is hij naar Iran gevlucht. Hij was heel jong en dacht niet meer aan zijn familie. Kabul werd voor mijn familie ondraaglijk en we zijn naar Tagab verhuisd, de plaats waar mijn familie vandaan komt.

Wij hebben acht jaar in Tagab gewoond. Er was geen school voor meisjes. Mijn neefje en nichtjes, die in Kabul wonen, gingen wel naar school. Daar was ik erg jaloers op. Het was erg duur om in Kabul een woning te huren en wij waren arm en hadden geen inkomsten. Ik leed hier erg onder. Mijn oom kwam een keer op bezoek bij ons en hij hoorde hoe graag ik verder wilde studeren. Hij heeft mij toen meegenomen naar zijn huis in Kabul. Ik heb daar dag en nacht gestudeerd, met hulp van mijn oom en heb extra examens gedaan. Ik heb toen groep 7 gehaald. Ik ben nog een jaar bij mijn oom blijven wonen, maar de vrouw van mijn oom wilde mij niet. Vaak verzon ze smoesjes om mij weg te krijgen.

Toen vertrok ik naar mijn tante. Bij mijn tante bleef ik nog een jaar en ik haalde groep 9. Mijn zusjes, die nog in Tagab woonden, wilden ook leren lezen en schrijven en naar school gaan. We konden in een sarij (soort boerderij) een kamertje huren en mijn tante betaalde de huur. De man van mijn tante was docent op de universiteit in Kabul. Mijn tante kon de huur van ons kamertje niet meer betalen. Mijn moeder wilde teruggaan naar Tagab, maar het was er niet veilig; er heerste een oorlogssituatie. Ik wilde niet terug naar Tagab en mijn zusjes ook niet. Ik zat dag en nacht te huilen. Ik had zoveel bereikt en zat in klas 9 van het lyceum. Waarom moeten wij terug naar Tagab? Ik vind mijn school mooi en mijn klasgenoten fantastisch. Het was tijdens de eindejaarexamens. Ik huilde en kon niet leren. Telkens als ik de klas inging huilde ik. Toen heeft een klasgenootje mij gevraagd waarom huil je toch, wat is er met je? Alle klasgenoten hadden medelijden met me.

Toen kwam een klasgenoot naar me toe met het adres van ECW en vertelde dat ze meisjes zoals ik helpen. Ze zei dat ik contact met ECW moest opnemen, “Misschien helpen ze je!” Ik kon het niet geloven en mijn moeder ook niet. Maar op een keer heeft ze contact opgenomen met ECW. Toen zijn mijn moeder en ik naar het ECW gegaan. Arezo Qanih heeft ons de voorwaarden verteld en zou ons op de wachtlijst zetten. Na een tijd was alles geregeld. Mijn moeder is een huisje gaan zoeken zodat haar vier dochters onderwijs kunnen volgen in Kabul.
Groeten van een Afghaans meisje dat uw steun verdient.’