Archief voor april 2014

Afghaanse jeugd, de cruciale factor

Afghanistan

De jeugd heeft een beslissende stem bij de verkiezingen. Ze hebben zich als vernieuwende kracht ontpopt, maar zal de oude politiek hen ook toelaten?

Deze zaterdag worden in Afghanistan voor de derde keer sinds het verdrijven van de Talibaan in 2002 presidentsverkiezingen gehouden. Jongeren hebben een beslissende stem: bijna 70 procent van de 31 miljoen Afghanen is jonger dan 25 jaar.

De nieuwe president wacht een zware taak: hij moet Afghanistan niet alleen uit handen houden van de Talibaan, hij moet het land ook laten afkicken van zijn verslaving aan hulpgeld, sinds 2002 al meer dan 60 miljard dollar. Waarvan een aanzienlijk deel overigens weer wegvloeide door het inhuren van westerse bedrijven en adviseurs. Na 2014 wordt de financiële hulp afgebouwd. De troepen van de door de NAVO geleide veiligheidsmacht zullen eind dit jaar worden teruggetrokken. Het is onduidelijk of er militairen zullen achterblijven die terreur moeten bestrijden en de Afghaanse veiligheidstroepen moeten trainen. President Karzai heeft halsstarrig geweigerd een akkoord met de VS daarover te ondertekenen.

Afghaanse jongeren zijn allang niet meer de arme sloebers uit de tijd van de Talibaan, hangend aan de slippen van moeders boerka. Op veilige plekken in de steden lopen jongens, en steeds vaker ook meisjes, rond in jeans. Moderne meisjes dragen een hoofddoek, en zijn verder niet gesluierd. Twaalf jaar na het einde van het fundamentalistische Talibaan-bestuur hebben stedelijke jongeren zich ontpopt als een belangrijke moderniserende kracht, schrijft socioloog Srinjoy Bose in The Diplomat, een vakblad voor internationale betrekkingen in Azië. Maar hun potentie wordt zowel door de Afghaanse overheid als door de internationale gemeenschap onderschat, vindt hij. Die doen veel te weinig om hen te betrekken bij de toekomst van Afghanistan, terwijl ze daar bij uitstek geschikt voor zijn omdat ze meer zijn dan een „stedelijke elite”, en hun wortels hebben in de wijdere Afghaanse samenleving. „Ze zijn in een goede positie om die te verstevigen en zo te helpen bouwen aan een politieke en sociale consensus uit naam van het centrum”, aldus Bose. Maar helaas wordt het politieke proces gedomineerd door de oude netwerken van leiders en hun achterban, vaak een mix van stamgenoten en andere ‘cliënten’ die van hen afhankelijk zijn.

Voor het eerst richten de presidentskandidaten zich nu specifiek op jongeren met een goede opleiding. Ze proberen hun stemmen te trekken door een toekomst van werkgelegenheid en stabiliteit in het vooruitzicht te stellen. Vooral in Kabul vormen jongeren een Engelssprekende elite met veel buitenlandse contacten en levendige sociale netwerken. Hun opleidingen krijgen ze steeds vaker in Afghanistan zelf, waar met name het particuliere hoger onderwijs zich gestaag ontwikkelt. Afghanistan heeft 1,2 miljoen internetgebruikers en op Facebook hebben 300 duizend voornamelijk jonge Afghanen een profiel. Jongeren reizen naar hun familie buiten de steden met een laptop onder hun arm en een usb-stick op zak waarmee ze in grote delen van het land internet kunnen ontvangen. Zo brengen zij de modernisering naar het platteland.

Solar-hijri

Maar die banen die de presidentskandidaten beloven zijn er niet, weet Gran Hewat. „Van de oudere generatie moeten we het niet hebben, zegt hij. Alleen maar loze beloften. Jaarlijks komen vier- tot vijfhonderdduizend jongeren op de arbeidsmarkt, maar er zijn steeds minder banen. Dat is een groot probleem, en dat moeten we nu eindelijk zelf oplossen.”

Hewat is een leidende figuur binnen de jongerenbeweging ‘Afghanistan 1400’, die anderhalf jaar geleden werd opgericht. Over 7 jaar begint volgens de Afghaans-Iraanse solar-hijri kalender de vijftiende eeuw. Met de naam ‘Afghanistan 1400’ geeft de organisatie aan zich te willen richten op die nieuwe eeuw die ‘de eeuw van Afghanistan’ moet worden. „Een welvarend, democratisch Afghanistan, een rechtsstaat met een verantwoordelijk leiderschap, (…) steunend op de energie en betrokkenheid van de nieuwe generatie”, aldus de oprichtingsverklaring.

Hewat: „De Talibaan hebben nog nooit publiekelijk gezegd dat ze vrede willen, dus we weten niet wat ons te wachten staat. Oorlog misschien. Maar wij zullen doen wat we kunnen voor vrede.” ‘Afghanistan 1400’ wil de generatie verenigen die achttien jaar oud was toen de Talibaan in 2001 werden verslagen, en iedereen die daarna is geboren. „Dat is ruim de helft van de bevolking; wij zijn een belangrijke politieke factor”, aldus Hewat.

De leden zijn voornamelijk eind-twintigers en dertigers met goede banen. Eind december was bekend dat de beweging zo’n tachtig leden had met hoge opleidingen en met posities binnen ministeries, in het zakenleven en op de universiteiten. Kwaliteit gaat vóór kwantiteit, was toen de uitleg in de lokale media. De bedoeling was dat een kernachtige elite „met leiderschapspotentie” de beweging zou uitbouwen tot een politieke macht waar rekening mee gehouden diende te worden door wetgevers en bestuurders.

Inmiddels is ‘Afghanistan 1400’ minder open over haar ontwikkeling. Wie zich in Afghanistan politiek ontplooit, begeeft zich in een wespennest van geweld en corruptie. „Ik kan je niet vertellen hoeveel leden we nu hebben”, verzucht Hewat. „De traditionele machtsgroepen zien ons als een bedreiging omdat we dwars door alle etnische en politieke grenzen heen gaan. We moeten voorzichtig opereren.”


(Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van zaterdag 5 april 2014 op pagina 16 & 17, door Joeri Boom)

Afghanen mogen naar de stembus, maar niet zonder angst en geweld

Afghanistan kiest morgen een nieuwe president, voor de derde keer sinds de verdrijving van de Talibaan in 2001 en de vestiging van de democratie. Wie er ook wint, hem wacht een loodzware taak. Zijn land – een van de armste en corruptste ter wereld – zucht onder etnische rivaliteit, een wankele economie en een burgeroorlog tussen de Talibaan en anderen tegen de overheid en de door de NAVO geleide veiligheidsmacht die steeds feller wordt.

Ook voor het Westen staat er veel op het spel. Ontaardt de verkiezing door fraude en geweld in een chaos, dan kan dat ook worden uitgelegd als een mislukking van de NAVO, die al ruim een decennium poogt om Afghanistan op orde te krijgen.

De nieuwe president zal het zwaar krijgen. Eind dit jaar verlaten de NAVO-troepen het land. Het is onduidelijk of er militairen achterblijven voor missies tegen terrorisme en training van de Afghaanse veiligheidstroepen. President Karzai heeft koppig geweigerd het akkoord met de VS dat dit mogelijk maakt, te tekenen.

Zelfs als de nieuwe president het verdrag meteen tekent, is nog maar de vraag of er genoeg tijd is voor de militaire planners om een opvolgingsmissie op poten te zetten. Dit zou betekenen dat de Afghaanse veiligheidstroepen er – op zijn minst tijdelijk – alleen voor staan in de oorlog met de Talibaan. Verwacht wordt dat vooral de afwezigheid van een effectieve luchtmacht en Amerikaanse special forces de Talibaan voordeel zal bieden.

De Talibaan hebben de bevolking gewaarschuwd zich niet in te laten met de verkiezingen, die volgens hen een instrument zijn van de Amerikanen om controle te houden over het land. De afgelopen weken pleegden ze aanslagen op kantoren van de kiescommissie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en een hotel en een pension van een westerse organisatie in Kabul. Er vielen tientallen doden. Vanmorgen werden in het oosten weer twee journalisten neergeschoten – een dode en een zwaargewonde. De tv-debatten tussen de kandidaten zijn om veiligheidsredenen afgezegd.

Oppervlakkig gezien lijkt de economie het goed te doen. Tussen 2003 en 2013 groeide die met gemiddeld 12,5 procent per jaar. Maar dat is vooral veroorzaakt door het infuus van internationale hulp, waardoorheen al ruim 60 miljard dollar stroomde. Volgens sommige schattingen hangt de overheid voor 90 procent van haar uitgaven af van buitenlandse donoren en ook verder draait de economie, afgezien van de grote, illegale drugssector, goeddeels op buitenlandse hulp.

Niet op eigen benen

Internationale donoren hebben aangegeven de hulp te zullen afbouwen na het vertrek van de NAVO eind dit jaar. „Afghanistan kan economisch niet op eigen benen staan”, zegt Noor Ebad, hoofd van de economische faculteit aan de Universiteit van Kabul. „Het zijn vooral de dienstensector en de luxe winkels die voor die groei zorgen. Dat zal stoppen als Afghanen geen goede salarissen meer verdienen bij internationale organisaties. Wat we nodig hebben zijn fabrieken voor de export. Maar we zijn de laatste jaren alleen maar meer gaan importeren.”

Ook de krijgsheren die tijdens de anti-Sovjet- en anti-Talibaanoorlogen met hun milities macht verworven, kunnen een hindernis vormen voor de nieuwe president. Een van de presidentskandidaten, Gul Agha Sherzai, is een notoir krijgsheer. De vicepresidentskandidaat van Ashraf Ghani, Abdul Rashid Dostum, eveneens. Voordat hij Dostum als running mate koos, noemde Ghani hem ooit „een massamoordenaar”. Presidentskandidaat Abdul Rassul Sayyaf leidde eerder een militie waarin Arabieren meevochten. Van hem wordt gezegd dat hij Al-Qaeda-leider Osama bin Laden in de jaren 80 uitnodigde naar Afghanistan om mee te vechten tegen de Russen.

„Het is van het grootste belang dat we zorgen dat de verkiezingen een succes worden, met zo min mogelijk fraude”, zegt Ahmed Nader Nadery, voorzitter van het Free and Fair Election Forum of Afghanistan (FEFA) in Kabul, dat honderden waarnemers zal inzetten in de stemlokalen. „Alleen zo kunnen we de Talibaan laten zien dat onze democratie succesvoller is dan hun fundamentalistische systeem.”

Het is onwaarschijnlijk dat een kandidaat een absolute meerderheid haalt in de eerste ronde. Een tweede ronde kan maanden op zich laten wachten. President Karzai kan dus nog wel even blijven zitten.

De drie belangrijkste kanshebbers morgen Ashraf Ghani: bekwaam maar mist achterban

Economisch expert Ashraf Ghani, ex-minister van Financiën en voormalig employé van de Wereldbank, is de kandidaat die het dichtst staat bij westerse waarden. Volgens opiniepeilingen heeft hij ongeveer evenveel steun als zijn rivaal Abdullah Abdullah en zou hij 25 tot 30 procent van de stemmen kunnen vergaren, maar hij heeft geen eigen hechte etnische of tribale achterban. Dat heeft hij deels proberen te ondervangen door de voormalige (beruchte) Oezbeekse krijgsheer Abdul Rasheed Dostum als zijn kandidaat voor het vicepresidentsschap aan te stellen. Maar dat kan veel etnische Pashhtun, Ghani’s eigen etnische groep juist weer afschrikken.

Abdullah Abdullah: zou land kunnen verenigen

Abdullah Abdullah is een voormalige minister van Buitenlandse Zaken, die het al eens opnam tegen president Karzai, tijdens de verkiezingen van 2009. Die werden gekenmerkt door grootschalige fraude. Toen eindigde hij als tweede. Abdullah, een oogarts, speelde een grote rol in de Noordelijke Alliantie, een front van anti-Talibaanmilities dat met steun van de VS de Talibaan in 2001 verdreef. Hij is half Pashtun, half Tadzjiek; maar de meeste Pashtun zien hem als een Tadzjiek. Sommige analisten denken dat hij een verenigende rol kan spelen in Afghanistan, waar etnische conflicten snel opspelen.

Zalmai Rassoul: staat dichtbij president Karzai

Zalmai Rassoul, een andere voormalige minister van Buitenlandse Zaken, stond er aanvankelijk niet best voor. Maar nadat Qayyum Karzai, een broer van de huidige president zich uit de race had teruggetrokken, is de steun voor Rassoul toegenomen. Hij zou nu ook de favoriet zijn van president Karzai. Nu is het vooral Rassoul, opgleid als arts, die Karzai’s belangen lijkt te dienen. Analisten denken dat de president, die interim-president werd in 2002 en sindsdien met geld en politieke gunsten een breed netwerk heeft opgebouwd, zal proberen achter de schermen invloed op het landsbestuur te houden via Rassoul.


(Dit artikel is verschenen in het NRC Handelsblad van vrijdag 4 april 2014 op pagina 13. Door Joeri Boom.)